Op sokken

Ik heb slecht geslapen. Mijn hoofd gaat alle kanten op, vooral naar de familie waar ik straks naartoe ga om de uitvaart van een jonge man vast te leggen. Een echtgenoot, vader, baasje van hun hondje, zoon, zwager, vriend, collega… Ik zoek naar woorden die een leven proberen te vangen dat veel te vroeg gestopt is.

Aangekomen bij het rouwcentrum in Tilburg word ik welkom geheten door de uitvaartondernemer. Zij neemt me mee naar de familiekamer. Vanuit het rouwcentrum wordt de man door zijn zwagers, broer, neef en schoonvader naar de rouwauto gedragen, om vervolgens in een stoet te vertrekken naar het crematorium. Je voelt het gewicht van het verlies wanneer je de statige stoet langzaam ziet bewegen.

Bij aankomst in het crematorium maak ik kennis met de regiemedewerker en vraag haar waar ik me het beste kan bewegen, zodat ik niet in de weg loop van de camera’s die de dienst opnemen.

Terwijl ik door de aula loop, merk ik dat mijn schoenen piepen. Ik controleer mijn zolen, maar die zijn schoon. Vreemd, want dit zijn juist schoenen die normaal gesproken geen geluid maken. En juist tijdens een uitvaart is het zo belangrijk om geen geluid te maken — mijn camera staat bijvoorbeeld ook in stille modus, waardoor je geen “Klik” hoort.

Ik voel direct: dit klopt niet. Dit voelt niet goed.

Zonder aarzelen trek ik mijn schoenen uit en zet ze achter bij de regiemedewerker. Ik trek mijn broek iets op, zodat ik niet per ongeluk op mijn broekspijpen ga staan. Kleine aanpassing, groot verschil. Dit is hoe ik wil werken: aanwezig, maar nauwelijks merkbaar.

De dienst is warm, maar intens emotioneel. Het verlies is in alles voelbaar. Blikken, stiltes, handen die elkaar zoeken. Ik beweeg me voorzichtig door de ruimte, alert op elk detail, zonder ooit op de voorgrond te treden.

Ik ben dankbaar dat ik voor deze familie, bij wie letterlijk de grond onder hun voeten is weggeslagen, deze dag heb mogen vastleggen. Beelden die later helpen herinneren, wanneer alles van deze dag misschien als een waas voelt.

Wanneer de aula leeg is, trek ik mijn schoenen weer aan en laat ik mijn broek netjes zakken. Zo, dat heeft niemand gezien.

In de koffiekamer fotografeer ik verder. De uitvaartondernemer komt nog even naar me toe om afscheid te nemen. Lachend pakt ze mijn hand en zegt dat ze dit nog niet eerder heeft meegemaakt: een fotograaf op sokken, puur om geen geluid te maken. Ze had me niet gehoord, niet opgemerkt.

“Missie geslaagd,” zeg ik. Want dat is precies de bedoeling.

Wanneer ik afscheid neem van de familie, kijkt de weduwe me vragend aan.
“Liep jij nou op je sokken?”
“Heb je me gezien dan?” vraag ik.
“Nee,” zegt ze, “maar ik hoorde het. En ik vond het heel bijzonder.”

We moeten er allebei even om lachen. Een klein, licht moment op een zware dag.

Als ik thuis ben, merk ik dat deze dag is binnengekomen. Mijn hoofd voelt zwaar. Zodra de back-up veilig is gesteld, pak ik mijn jas en roep ik onze hond Neo. Tijd voor een frisse neus en een wandeling, om alles even te laten landen.

Liefs Gonnie